Welkom op mijn blog! U vindt hier Christelijke kerstverhalen, Christelijke Paasverhalen en gedichten bij de Christelijke feestdagen. Deze verhalen en gedichten mag u ongewijzigd met vermelding van naam of bron vrij gebruiken voor uw vieringen, kerkblad, liturgie enz. U kunt mijn blog terugvinden via http://christelijkefeestdagen.blogspot.com/ Voor het verzorgen van een lezing met voordrachten op uw vereniging kunt u contact opnemen via cobytjeert@live.nl Inmiddels is er een volledig programma voor Kerst en Pasen.
Heeft u belangstelling voor mijn boeken, die zijn verkrijgbaar bij bol.com, bestelmijnboek.nl, via cobytjeert@live.nl en te leen in de bibliotheek.

zaterdag 18 januari 2014

Een Christelijk Paasverhaal, nu ook vertaald in het Fries en Gronings



Paasfeest op het kerkhof

Nog een klein stukje, rrrrrt, achteruit, vooruit, klaar. Voorzichtig manoeuvreert ze de feestelijke stof onder de naaimachinevoet vandaan, knipt de draden door en met een voldane glans op haar gezicht loopt ze naar de slaapkamer. In de spiegel keurt ze haar uitbundig gekleurde creatie, trekt haar zaterdagstenue weer aan en bergt tevreden de naaimachine op. Morgen zal ze in Paaskleding het Opstandingsfeest meevieren. Ze loopt de tuin in en ziet de trompetnarcissen in volle bloei staan. Altijd als ze narcissen ziet moet ze aan die stille Paasmorgen denken en ziet ze Maria en Jezus voor zich in de hof. Vorig jaar om deze tijd kocht ze een doos vol omdat ze waren afgeprijsd. Na Pasen zijn ze toch uitgebloeid had de man van de supermarkt gezegd. Ze kijkt op haar horloge, ze loopt al een tijdje met een plan. Het is bijna sluitingstijd. Als ze de hoek om is ziet ze de narcissen al voor de supermarkt staan. Een jongen zet er een kartonnen bord bij. Ze leest: "NU GRATIS MEENEMEN." Wauw, dat komt goed uit. Ze vraagt hoeveel ze mee mag nemen. Een handzwaai maakt haar duidelijk dat ze de fietstassen en de korf mag volstouwen, zoveel ze bergen kan. Na Pasen zijn ze toch uitgebloeid en klanten komen er nu niet meer.

Met een kleur loopt ze naast de fiets die meer geel dan grijs vertoont naar huis, zet hem tegen de muur, haalt de beschreven strookjes met de witte lintjes uit de keukenla en loopt met haar vracht naar het kerkhof. Aan elke pot bevestigt ze een strookje en bij ieder graf zet ze één neer. Als ze het geheel overziet wordt ze vervuld van innerlijke blijdschap. Even uitrusten op haar vertrouwde plekje op de bank, even kijken, op zich laten inwerken wat ze ziet. In dit kleine dorp met dit mooie witte kerkje temidden van het kleine kerkhof dwalen haar gedachten naar haar geboorteplaats aan de andere kant van de wereld. Daar liggen naast de kerk haar dierbaren te wachten op het grote Paasfeest. Ze leest hier vaak de grafpoëzie en de woorden troosten haar. De graven dragen namen van mensen die ze niet heeft gekend maar het zijn evengoed haar broeders en zusters.

Ze is zo in gedachten dat ze nu pas merkt dat het grindpad achter haar knerpt. Zij kijkt om en ziet de vrouw van de dominee die vraagt of ze even bij haar mag komen zitten. Ze heeft vanuit het raam van de pastorie gezien wat ze deed en spreekt haar waardering uit. Als ze een spoor van tranen op haar gezicht ziet twijfelt ze of haar komst ook stoort maar de vrouw is al een stukje opgeschoven om haar de ruimte te geven. Dan ziet ze de witte strookjes aan de narcissen en loopt naar één van de graven om te lezen wat er op staat. Zo heeft de vrouw even tijd om haar tranen te drogen. CHRISTUS HEEFT DE DOOD OVERWONNEN leest ze op de kaartjes en nu voelt zij haar ogen vollopen.

Als ze naast elkaar zitten gaat het praten vanzelf. De vrouw vertelt over haar plan en hoe mooi het zou zijn als het uitgevoerd kon worden. Wat is ze creatief denkt de domineesvrouw, altijd goede ideeën, altijd in de weer om mensen blij te maken, altijd vrolijk. Op deze manier vergeet ze haar eigen zorgen en verdriet. Ze heeft oog voor alles om haar heen. Nu wijst ze haar weer op de wilg die op het kerkhof staat te dromen, op de fleurige krokussen in een kring er omheen alsof ze tegen de wilg willen zeggen: Wat sta je daar te dromen, zie je ons dan niet? Wij vieren hier het voorjaar, kijk onze gele hartjes, geopend naar de zon, we zijn wel even dood geweest maar kijk ons toch eens leven. Zie hoe de dromerige wilg ontwaakt door al dat jonge groen, hun kleuren bekijkt en bedenkt hoe vaak hij is gesnoeid en weer is uitgelopen. De domineesvrouw is elke keer geroerd door de zienswijze van deze vrouw die in een paar jaar tijd het Nederlands heeft leren spreken, meezingt in het koor, vrijwilligerswerk doet, die zoveel meegemaakt heeft dat ze een jaar niet heeft kunnen zingen en er weer bovenop gekomen is door haar geloof in God en nu een lichtend licht is voor alle mensen in haar omgeving. Zie nu eens hoe ze het kerkhof heeft opgevrolijkt voor het Paasfeest en wat ze heeft bedacht. Het moet al raar lopen als dit geen doorgang kan vinden.

Elk jaar op stille zaterdag bezoekt de veehouder het graf van zijn broer. Hij wacht altijd tot het donker is, niemand hoeft te weten dat hij hier is. Hij heeft een zachte borstel bij zich en wil deze over de steen halen als hij de narcissen ontdekt. Wie is hier geweest, hij ziet in de schemer het witte kaartje en leest. Dan kijkt hij om zich heen en ziet bij elk graf een potje narcissen staan en overal licht zo’n wit kaartje op. Hij leest nog één en nog één, overal dezelfde tekst. Vreemd, in de stilte vallen de woorden nog meer op. Christus heeft de dood overwonnen. Ja, Hij wel, maar zijn broer heeft hij er niet mee terug. Hij gaat al jaren niet meer naar de kerk. Boos dat zijn broer al zo jong naar het graf gebracht moest worden. Hij deed alleen maar goed en toch… Allerlei mensen probeerden hem op andere gedachten te brengen maar hij bleef boos. Van wie, hij draait het kaartje om, op de achterkant staat ook iets. Die letters zijn veel kleiner, ook voor u, hapert hij. Hij pakt het potje narcissen en stopt het in zijn zak. Mijn broer kan het niet meer lezen, dus zal het wel bedoeld zijn voor wie hem bezoekt. Met een flinke haal veegt hij de steen schoon en knerpt met grote stappen naar zijn fiets. -Ook voor u- repeteren zijn gedachten. Hij voelt in zijn jaszak, nee, niet voor mij, wel voor mijn broer. Hij loopt terug en zet het potje op zijn plaats.

Het laat hem niet los. Thuisgekomen pakt hij zijn tablet en googelt Christus heeft de dood overwonnen. Een grote hoeveelheid teksten overspoelt zijn gemoed. Eén ervan raakt hem het meest. Efeze 2 : 4 - 6 : "Maar God, Die rijk is in barmhartigheid, heeft ons door Zijn grote liefde, waarmee Hij ons liefgehad heeft, ook toen wij dood waren door de overtredingen met Christus levend gemaakt - uit genade bent u zalig geworden - en heeft ons met Hem opgewekt en met Hem in de hemelse gewesten gezet in Christus Jezus…." Alle verdriet in hem komt naar boven. Hij huilt de opgekropte tranen van jaren eruit. Nu pas begrijpt hij de woorden, nu dringt het tot hem door dat niet zijn broer maar hij al die jaren dood geweest is. Nu pas begrijpt hij wat al die goedbedoelende mensen hem wilden duidelijk maken. En dat allemaal door een potje narcissen met een briefje. Nu wil hij ook weten van wie dat briefje is. Hoe komt hij dat te weten? Misschien moet hij de Paasdienst in de kerk morgen bezoeken. Hij staat resoluut op, hij is er klaar voor.

Op Paasmorgen ziet de dominee de veehouder in de kerk, zijn hart vult zich met vreugde. Hij had gisteravond toen hij de hond uitliet iemand in het donker op de begraafplaats zien lopen, hij had van zijn vrouw het verhaal van de sopraan gehoord en haar bijzondere wens, hij had één zo’n kaartje gelezen en zich voorgenomen het in zijn preek te verweven. Straks zal hij de wens van de sopraan uitspreken en haar verzoek om met elkaar het slotlied op het kerkhof te gaan zingen gestalte geven. Wat een mooie Bijbelse gedachte eigenlijk, hij verheugt zich erop.

Daar staan ze, in een halve maan tegen de beukenhaag. Het "U zij de glorie" klinkt over de graven, over het land en door de straten van het kleine dorp. De trompetnarcissen wiegen in de voorjaarswind alsof ze wachten op de aanhef van bazuinen.

© Coby Poelman-Duisterwinkel

Dit verhaal is geschreven voor de Paasmiddag 2014 van de Martinikerk Groningen. U mag dit verhaal gebruiken voor uw Paasviering maar niet verder verspreiden of publiceren zonder toestemming van de auteur. cobytjeert@live.nl
Het is gepubliceerd in het op 21 januari 2015 verschenen boek 'Beleef de dag' (zie foto boven), verkrijgbaar bij de auteur, bij http://www.bestelmijnboek.com/product/beleef-de-dag/ en bij bol.com.




Peaskefeest op it tsjerkhôf

Noch in lyts stikje, rrrrrt, achterút, rrrrrt foarút, klear. Foarsichtich frimelt se de feestlike stof ûnder it naaimasinefuotsje wei, knipt de triedden troch en mei in foldiene glâns op har gesicht rint se nei de sliepkeamer. Yn ’e spegel sjocht it frommeske kritysk nei har kleurige kreaasje, lûkt har deistige klean wer oan en rommet tefreden de naaimasine wer op.
Moarn sil se yn Peaskeklean it ‘Ferrizenisfeest’ meifiere.
Se rint nei de tún en sjocht de titelroazen (narcissen) bloeien. It is in lust foar’t each. Altyd as se titelroazen sjocht moat se oan dy stille Peaskemoarn tinke en sjocht se Marije (Maria) en Jezus foar har yn it hôf.
Ferline jier om dizze tiid hinne kocht se in doaze fol titelroazen omdat se ôfprize wienen. "Nei de Peaske binne se dochs útbloeid", hie de man fan ’e supermerk sein.
Se sjocht op har horloazje. Se hat al in skoftsje in idee... De winkels geane hast ticht...

As se de hoeke om rint sjocht se de potsjes mei titelroazen al foar de supermerk stean. In jonge set der krekt in buordsje by. Se lêst: "Nu gratis meenemen". Tsjonge, dat komt moai út! Se freget hoefolle as se meinimme mei. De jonge seit dat se safolle meinimme mei as se hâlde kin yn har koer en fytstassen. Nei de Peaske binne se dochs útbloeid en klanten komme der no ek net mear.
Mei in kleur as in bellefleur rint se neist de fyts dy ‘t no mear giel dan griis is nei hûs, set him tsjin ‘e muorre, hellet de kaartsjes mei tekst en de wite lintsjes út it keukenslaat en rint mei har fyts fol fracht nei it tsjerkhôf. Oan elk potsje makket se in kaartsje fêst en by elk grêf set se in potsje del. At se besjocht wat se no dien hat wurdt se waarm yn har hert. Even rêst se út op har fertroude plakje op ‘e bank en se genietet.
Yn dit lytse doarpke mei har moaie wite tsjerkje midden op it hôf dwale har gedachten ôf nei har berteplak, oan ’e oare kant fan ‘e wrâld. Dêr lizze neist de tsjerke har neisten te wachtsjen op it grutte Peaskefeest. Hjir, no op dit hôf, lêst se faak de teksten op ’e stienen en dy wurden treaste har. De grêven drage de nammen fan minsken dy’t se net kend hat, mar it binne likegoed har bruorren en susters.

Se is sa djip yn gedachten dat se earst net heart dat der ien oankomt. Mar no sjocht se dûmny’s mefrou oer it grintpaad oankommen. Dy freget oft se neist har sitte mei, seach út de pastorij wei wat it frommeske die en sprekt har wurdearring dêrfoar út. Dan sjocht dûmny’s mefrou it spoar fan triennen op it gesicht fan it frommeske en freget har ôf oft se steurt, mar it frommeske is al in eintsje opskood sadat ek sy sitte kin.
Dan sjocht se de wite kaartsjes oan ’e potsjes titelroazen en rint derop ta om te lêzen wat derop stiet. Sa jout se de oar de gelegenheid har triennen te droegjen.
"Kristus hat de dea oerwûn", lêst se op ‘e kaartsjes. No fielt sy ek triennen opkommen.

Neist inoar sittend op it bankje giet it praten fansels. It frommeske fertelt har wat se betocht hat en hoe moai as it wêze soe as dat moarn tidens de Peasketsjinst útfierd wurde kin. Wat is se kreatyf, tinkt dûmny’s mefrou; altyd goeie ideeën, altyd dwaande minsken op te fleurjen mei har eigen blidens. Se hat each foar alles om har hinne: No wiist se dûmny’s mefrou wer op in wylch dy’t op it hôf stiet te dreamen, op ‘e fleurige krokussen dy ‘t yn in wide kring om ’e wylch hinne steane as seine se tsjin ‘e beam: "He, dreamer! Sjocht ús wol? Wy fiere de maaitiid! Sjoch ús giele hertsjes ris, iepen nei de sinne! We binne wol efkes dea west, mar sjoch ús no dochs wer libjen!" En de dreamerige wylch wurdt wekker troch al dat jonge grien, besjocht de kleuren en betinkt him hoefaak hysels al net snoeid is en dochs ek wer útrûn is.
Dûmny’s mefrou is elke kear wer rekke troch hoe’t dit frommiske yn it libben stiet, wilens se safolle meimakke hat oan fertriet en soargen. Dêrtroch koe se in jier lang net meisjonge yn it koar. Har leauwen yn God makke dat se der trochhinne kaam en no in foarbyld foar oaren is. Sjoch ris hoe’t se it hôf fleurich makke hat foar it Peaskefeest, en mei wat se betocht hat… It moat al raar rinne as har idee net foar inoar komt…
-
Elk jier op ‘Stille Sneon’ besiket in boer it grêf fan syn broer. Hy wachtet altyd oant it hast tsjuster is; net ien hoecht te witten dat hy hjir is… Hy hat in boarstel meinommen en sil de stien ôffeie. Mar dan sjocht er de titelroazen.
Wa is hjir west? Hy sjocht it wite kaartsje en lêst. Dan sjocht hy yn ‘t skimer om him hinne en sjocht by elk grêf in potsje titelroazen stean en oeral ljochtet it wite kaartsje op. Hy lêst noch in kaartsje en noch ien. Oeral deselde tekst.
Frjemd, yn de stilte falle dy wurden noch mear op. "Kristus hat de dea oerwûn". Ja. Hy wol, mar syn broer hat hy der net mei werom. Hy komt al jierren net mear yn ‘t tsjerke. Fol ûnbegryp, dat syn broer al sa jong stjerre moast. Hy die allinnich mar goed en dochs....
Ferskate minsken besochten him op oare gedachten te krijen, mar hy bleau ferslein.
Fan wa... hy draait it kaartsje om. Op ‘e oare side stiet ek wat. Dy letters binne folle lytser: "ek foar jo". Hy skrikt derfan. Hy pakt it potsje titelroazen en stoppet it yn ’e bûse. Myn broer kin net mear lêze, dus sil it wol bedoeld wêze foar wa’t him besiket...
Mei in flinke haal faget hy de stien skjin en mei grutte stappen rint er nei syn fyts.

"Ek foar jo", seit er hieltyd yn himsels. Hy fielt yn syn bûse, nee, net foar my, wol foar myn broer!... Hy rint werom en set it potsje wer teplak. It lit him net los. As hy thúskomt pakt hy syn tablet en googelt: "Kristus hat de dea oerwûn". In grut tal teksten komme him op it sear. Ien dêrfan rekket him it measte: Efeze 2 : fers 4-6: "Mar God is kleare barmhertigens, fanwegen de grutte leafde dy’t Er ús bewiisd hat.
Hy hat ús dêrom, ek al wienen wy dea troch ús missetten, mei Kristus wer libben makke – troch syn genede binne jim behâlden"...
Alle fertriet komt no wer boppe. Hy gûlt dy opkroppe triennen fan jierren derút. No pas begrypt hy dy wurden, no pas krinkt it ta him troch dat net syn broer, mar hy al dy jierren dea wie. No pas begrypt hy wat al dy goedmienende minsken him sizze woenen. En dat allegear troch in potsje titelroazen mei in kaartsje! No wol hy ek witte wa’t dat kaartsje makke hat. Hoe soe er dat te witten komme kinne? Miskien moat hy moarn dochs mar nei dy Peasketsjinst yn ’t tsjerke. Hy giet oerein. Ja. Hy is der klear foar.

Peaskemoarn sjocht dûmny de boer yn ‘t tsjerke sitten en dat giet him oan it hert. Hy hie justerjûn meidat er de hûn útliet ien op it hôf rinnen sjoen. Fan syn frou hearde hy it ferhaal fan it frommiske en har winsk. Hy hie ien sa’n kaartsje lêzen en him foarnommen it yn syn preek te brûken. Straks sil de winsk fan dat frommiske útkomme: mei-inoar it slotliet sjonge op it hof. Wat in moaie Bibelske gedachte eins. Hy hat der no al sin oan!

Dêr steane se no, yn in heale sirkel tsjinne beukehage oan. It "U zij de Glorie" klinkt oer de grêven, oer it lân en oer de dyk en de titelroazen weagje yn ‘e wyn krekt as wachtsje se op it oanheffen fan ‘e bazunen.
 

 
Poasen op t kerkhof

Nog n klain stukje, rrrrrt, achteruut, veuruut, kloar. Veurzichteg hoalt ze stof onder naaimesjienvout vot, knipt droaden deur en met n voldoan gevuil loopt ze noar sloapkoamer.
In spaigel keurt ze heur uutbundege creoatsie, trekt heur zoaterdagskleren weer aan en baargt tevreden heur naaimesjien op.
Mörn zel ze ien Poaskleren Poasen vieren.
Ze loopt noar boeten en zugt trompetnarcissen ien volle blui stoan. Altied as ze narcissen zugt mot ze aan dai stille Poasmörn denken en zugt ze Maria en Jezus veur zich ien de hof.
Vurreg joar om distied kocht ze n deus vol omdat ze ofpriesd waren. Noa Poasen bennen ze toch uutbluid haren ze ien winkel zegd.
Ze kiekt op t horloge, ze is al n pooske wat van plan. t is host sluterstied.

As ze de houk om is zugt ze de narcissen al veur winkel stoan. n jong ventje zet er n ketonnen bord bie. Ze leest: "NU GRATIS MEENEMEN". Kiek es aan, dat komt goud uut. Ze vroagt houveul ze metnemen mag. n Zwaai met haand moakt heur dudelk dat ze fietstassen en körf volstouwen mag, zoveul ze baargen ken. Noa Poasen bennen ze uutbluid en klanten kommen nou toch nait meer.
Met n kleur loopt ze noast fiets dai meer geel as gries kleurt noar huus, zet fiets tegen muur, hoalt beschreven strookjes met wdde lintjes uut keukenloa en loopt met heur vracht noar t kerkhof. Aan elke pot moakt ze n strookje vast en bie elk graf zet ze ain hen.
As ze t geheul overzugt wordt ze blied van binnen. Even uutrusten op heur vertraauwde plekje op baank, even kieken, op zich ien loaten waarken wat ze zugt.
Ien dit klaine dörp met t kerkhof om t widde kerkje hen dwoalen heur gedachten noar heur geboorteploats aan aander kaant van wereld. Doar liggen noast kerk heur dierboaren te wachten op t grode Poasfeest. Ze leest hier voak grafteksten en dizze woorden troosten heur. Op de groaven stoan noamen van mensen dai ze nait kend het mor t bennen net zo goud heur bruiers en zusters.

Ze is zo ien gedachten dat ze nou pas verneemt dat t grindpad achter heur knaarpt. Ze kiekt achterom en zugt de vrouw van domenee dai vroagt of t goud is dat ze even bie heur zitten gait. Ze het vanuut pastorie zain wat ze dee en geft heur n schollerklopke.
As ze n spoor van troanen op heur wangen zugt twiefelt ze mor de vrouw is al n stukje opschoven.
Den zugt ze de strookjes aan de narcissen en loopt noar ain van de groaven om te lezen wat er op stait. Zo het de vrouw even tied om heur troanen te dreugen.
CHRISTUS HEEFT DE DOOD OVERWONNEN leest ze op de koartjes en nou vuilt zai heur ogen vollopen.

As ze noast mekoar zitten gait proaten vanzulf. De vrouw vertelt over heur plan en hou mooi t weden zol as t uutvoerd worden kon. Wat is ze creatief denkt domeneesvrouw, altied goeie ideeën, altied ien de weer om mensen bliede te moaken, altied vrolek. Op dizze manaaier vergeet ze heur aigen zörgen en verdrait. Ze het oog veur alles om heur hen. Nou wiest ze heur weer op de wilg dai op t kerkhof stait te dreumen, op de fleurege krookjes ien n kring der omhen asof ze tegen wilg zeggen willen: Wat staist doar te dreumen, zugst ons nait? Wie vieren hier t veurjoar, kiek ons gele hartjes, open noar de zun, we bennen wel even dood west mor kiek ons toch es leven. Kiek hou de dreumerege wilg wakker wordt deur aal dat jonge groen, heur kleuren bekiekt en bedenkt hou voak hai snoeid is en weer uutlopen. Domineesvrouw is elke keer ontroerd deur de kiek op t leven van dizze vrouw dai ien n poar joar tied de Nederlandse toal leerd het, metzingt ien t koor, vrijwillegerswaark dut, dai zoveul metmoakt het dat ze n joar nait zingen kon en der weer bovenop kwam deur heur geloof ien God en nou n lichtend licht is veur alle mensen dai op heur pad kommen. Kiek nou es hou ze t kerkhof opvrolekt het veur Poasen en wat ze bedoacht het. t Mot al roar lopen as dat nait deurgoan ken.


Alle joaren op stille zoaterdag gait de veeholler noar t graf van zien bruier.
Hai wacht altied tot t duuster is, gainain huft te waiten dat er hier is. Hai het n zaachte bounder bie zich en wil dizze over de stain hoalen mor den zugt er de narcissen.
Wel is hier west, hai zugt ien de schemer t widde koartje en leest.
Den kiekt er om zich hen en zugt bie alle groaven n potje narcissen stoan en overal licht zo’n wit koartje op. Hai leest nog n poar, overal dezulfde tekst.
Vremd, ien de stilte vallen de woorden nog meer op. Christus heeft de dood overwonnen. Joa, Hai wel, maar doar het er zien bruier nait met terug. Hai gait al joaren nait meer noar kerk. Kwoad dat zien bruier al zo jong noar t graf broacht worden mos. Hai dee allain mor goud en toch… Verschaiden mensen probeerden hom op aander gedachten te brengen mor hai bleef kwoad. Van wel, hai draait t koartje om, op achterkaant stait ook wat. Dai ledders bennen veul klaainer, ook voor u, hoapert er. Hai pakt t potje narcissen en stopt t ien zien buus. Mien bruier ken t nait meer lezen, dus zol t wel beduild weden veur wel zien graf opzöcht.
Met n flinke hoal veegt er stain schoon en knaarpt met grode stappen noar zien fiets.
-Ook voor u- repeteren zien gedachten. Hai vuilt ien zien jasbuus, nee, nait veur mie, wel veur mien bruier. Hai loopt trug en zet t potje op zien plek.

t Loat hom nait lös. Thuus pakt er zien teblet en googelt Christus heeft de dood overwonnen.

 n Haile rieg teksten overspuilt zien gemoud. Ain dervan roakt hom t maist.
Efeze 2 : 4 - 6 : "Maar God, Die rijk is in barmhartigheid, heeft ons door Zijn grote liefde, waarmee Hij ons liefgehad heeft, ook toen wij dood waren door de overtredingen met Christus levend gemaakt - uit genade bent u zalig geworden - en heeft ons met Hem opgewekt en met Hem in de hemelse gewesten gezet in Christus Jezus…."
Alle verdrait ien hom komt boven. Hai jankt d opkropte troanen van joaren deruut. Nou pas begriept er de woorden, nou dringt tot hom deur dat nait zien bruier mor hai aal dai joaren dood west is. Nou pas het er deur wat aal dai mensen met goeie bedoulens hom dudelk moaken wollen. En dat aalmoal deur n potje narcissen met n braifke. Nou wil er ook waiten van wel dat braifke is. Hou komt er dat te waiten? Misschain mot er met Poasen mor es noar kerk tou. Hai gait stoan, hai is der kloar veur.

Poasmörn zugt domenee de veeholler ien kerk, zien haart loopt vol. Hai haar gusteroavond dou er hond uutlait ain ien t duuster op kerkhof lopen zain, hai haar van zien vrouw t verhoal van de soproan heurd en heur biezunder plan, hai haar ain zo’n koartje lezen en zich veurnomen t ien zien preek aan te hoalen.
Straks zol er de wéns van de soproan uutspreken en heur verzuik om met mekoar t slötlaid op t kerkhof te zingen uutvoeren. Wat n mooie Biebelse gedachte aigenlek, hai het er zin aan.


Doar stoan ze, ien n halve moan tegen de beukenheeg. t "U zij de glorie" klinkt over de groaven, over t laand en deur de stroaten van t klaine dörp. De trompetnarcissen waigen ien de veurjoarswiend asof ze wachten op t ienzetten van bazunen.

© Coby Poelman-Duisterwinkel



Verkorte versie van dit verhaal zoals het in het Paasnummer van Elisabeth(bode) 2015 is gepubliceerd:




TEKST: COBY POELMAN-DUISTERWINKEL

Paasfeest op het kerkhof

Nog een klein stukje. Rrrrrt, achteruit, vooruit, klaar. Voorzichtig manoeuvreert ze de feestelijke stof onder de naaimachinevoet vandaan. Ze knipt de draden door en loopt naar de spiegel om haar uitbundig gekleurde creatie te keuren. Morgen zal ze in paaskleding het opstandingsfeest meevieren.
Ze kijkt op haar horloge, ze loopt al een tijdje met een plan. Het is bijna sluitingstijd. Vorig jaar om deze tijd kocht ze een doos vol narcissen omdat ze waren afgeprijsd.
Als ze naar de supermarkt fietst, ziet ze de narcissen al staan. Op een kartonnen bord staat: ‘Nu gratis meenemen’. Wauw, dat komt goed uit. Ze vraagt hoeveel ze mee mag nemen. Zoveel ze bergen kan, maakt een handzwaai haar duidelijk. Na Pasen zijn ze toch uitgebloeid en klanten komen er nu niet meer.

Thuis haalt ze de beschreven strookjes met de witte lintjes uit de keukenla en loopt met haar vracht naar het kerkhof. Aan elke pot bevestigt ze een strookje en bij ieder graf zet ze er één neer.
Even uitrusten op haar vertrouwde plekje op de bank. Haar gedachten dwalen af naar haar geboorteplaats aan de andere kant van de wereld. Daar liggen háár dierbaren naast de kerk te wachten op het grote paasfeest. De mensen in deze graven heeft ze niet gekend, maar het zijn evengoed haar broeders en zusters.
Achter haar knerpt het grindpad. Zij kijkt om en ziet de vrouw van de dominee.

Tranen
De vrouw van de dominee spreekt haar waardering uit. Vanuit het raam van de pastorie heeft ze alles gezien. Ze ziet een spoor van tranen op het gezicht van de vrouw op het bankje. Om haar even de tijd te geven haar tranen te drogen, loopt ze naar één van de graven om te lezen wat er op de strookjes staat. ‘Christus heeft de dood overwonnen’, leest ze op de kaartjes en nu voelt zij haar ogen vollopen.
Als ze naast elkaar zitten, gaat het praten vanzelf. De vrouw vertelt over haar plan. Wat is ze creatief, denkt de domineesvrouw, altijd goede ideeën, altijd in de weer om mensen blij te maken, altijd vrolijk. Op deze manier vergeet ze haar eigen zorgen en verdriet. Ze heeft oog voor alles om haar heen. Nu wijst ze weer op de fleurige krokussen die lijken te zeggen: “Wij vieren het voorjaar. Wij zijn even dood geweest, maar kijk ons nu toch leven.”

De domineesvrouw is elke keer geroerd door de zienswijze van deze vrouw die in een paar jaar tijd Nederlands heeft leren spreken, meezingt in het koor en vrijwilligerswerk doet. Ze heeft zoveel meegemaakt dat ze een jaar niet heeft kunnen zingen en is er weer bovenop gekomen door haar geloof in God. Nu is ze een lichtend licht voor alle mensen in haar omgeving. En zie nu eens wat ze heeft bedacht. Het moet al raar lopen als dat geen doorgang kan vinden.

Overwonnen
Elk jaar op stille zaterdag bezoekt de veehouder het graf van zijn broer. Altijd als het donker wordt, niemand hoeft te weten dat hij hier is. In de schemer ziet hij het witte kaartje en leest.  Vreemd, in de stilte vallen de woorden nog meer op: Christus heeft de dood overwonnen. Ja, Híj wel, maar zijn eigen broer heeft hij er niet mee terug.
De boer gaat al jaren niet meer naar de kerk. Boos dat zijn broer al zo jong naar het graf gebracht moest worden. Hij deed alleen maar goed, en toch… Allerlei mensen probeerden hem op andere gedachten te brengen, maar hij bleef boos.
Hij draait het kaartje om, op de achterkant staat ook iets. ‘Ook voor u’, leest hij. Het potje narcissen stopt hij in zijn zak. Mijn broer kan het niet meer lezen, denkt hij, dus zal het wel bedoeld zijn voor wie hem bezoekt.
Met grote stappen loopt hij naar zijn fiets. Ook voor u, repeteren zijn gedachten. Nee, niet voor mij, denkt hij, wel voor mijn broer. Hij loopt terug en zet het potje weer op zijn plaats.

Maar het potje narcissen met het briefje laat hem niet los. Hij voelt zich geraakt door de tekst die erop staat. De woorden dringen steeds beter tot hem door. Eindelijk begrijpt hij wat al die goed bedoelende mensen hem duidelijk wilden maken.
Jaren van verdriet komen naar boven en hij huilt opgekropte tranen. Het voelt alsof niet zijn broer, maar hijzelf al die jaren dood is geweest. Na een poos voelt hij zich rustiger worden. Nú wil ik ook weten van wie dat briefje is, denkt hij. Misschien komt hij erachter tijdens de paasdienst in de kerk morgen. Hij staat resoluut op, hij is er klaar voor.

Slotlied
Op paasmorgen ziet de dominee de veehouder in de kerk zitten. Zijn hart vult zich met vreugde. Gisteravond, toen hij de hond uitliet, had hij iemand in het donker op de begraafplaats zien lopen. Van zijn vrouw had hij de bijzondere wens van de sopraan gehoord. Straks zal hij de wens van de sopraan uitspreken, om met elkaar het slotlied op het kerkhof te zingen. Wat een mooie, bijbelse gedachte eigenlijk, hij verheugt zich erop.

Daar staan ze, in een halve maan tegen de beukenhaag. ‘U zij de glorie’, klinkt het over de graven en door de straten van het kleine dorp. De trompetnarcissen wiegen in de voorjaarswind alsof ze wachten op de aanhef van bazuinen.

4 opmerkingen:

  1. Dit verhaal zal woensdag 16 april 2014 uitgezonden worden in het programma “Voor u gelezen” van “Kruispunt Omroep” te Veenendaal. Deze omroep maakt gebruik van de ‘KERKRADIO LIJNEN’. U kunt meeluisteren via de website : www.kruispuntomroep.nl vanaf 19.00 uur. Het programma: “voor u gelezen” wordt uitgezonden van 19.00 uur tot 19.45 uur.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Mocht u de uitzending hebben gemist, u kunt deze nog beluisteren via www.kruispuntomroep.nl http://kerkdienstgemist.nl/assets/1039910-Opname

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Dit verhaal is op 1e Paasdag 2016, 27 maart voorgelezen voor radio Harderwijk FM en nog te beluisteren via http://harderwijkfm.nl/luisteren/uitzending-gemist en dan kerkplein

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Op 2e paasdag 2017 lees ik dit verhaal voor in het programma WesterVertier tussen 15.00 uur en 17.00 uur, te beluisteren op www.radiowesterkwartier.com

    BeantwoordenVerwijderen