Welkom op mijn blog! U vindt hier Christelijke kerstverhalen, Christelijke Paasverhalen en gedichten bij de Christelijke feestdagen. Deze verhalen en gedichten mag u ongewijzigd met vermelding van naam of bron vrij gebruiken voor uw vieringen, kerkblad, liturgie enz. U kunt mijn blog terugvinden via http://christelijkefeestdagen.blogspot.com/ Voor het verzorgen van een lezing met voordrachten op uw vereniging kunt u contact opnemen via cobytjeert@live.nl Inmiddels is er een volledig programma voor Kerst en Pasen.
Heeft u belangstelling voor mijn boeken, die zijn verkrijgbaar bij bol.com, bestelmijnboek.nl, via cobytjeert@live.nl en te leen in de bibliotheek.
Vanaf juni 2018 ben ik niet meer actief op Facebook.
U kunt mijn gedichten blijven lezen via mijn blogs. In de linker kolom ziet u de links naar meerdere blogs. Veel leesplezier!

dinsdag 18 december 2012

Kerstverhaal 2012 "Nieuwe kans in het hoge Noorden", nu ook in het Fries en Gronings vertaald





Nieuwe kans in het hoge Noorden

Het was een week voor kerst. Het sneeuwde dikke vlokken. Het leek wel of de wind er krijgertje mee speelde. Er lag nog maar een dun laagje maar Mieke maakte zich zorgen. Peter was op sollicitatiegesprek in het hoge Noorden en zou vanmiddag nog de uitslag krijgen. Mieke keek naar buiten. Er was nog meer sneeuw voorspeld. Ze was gaan strijken om haar gedachten wat rust te geven. Stel dat Peter deze baan nu eens wel zou krijgen. Ze werd uit haar gedachtegang opgeschrikt. Ze trok de stekker uit het stopcontact, zette de strijkbout op het ijzer en rende naar de telefoon.

Toen ze de telefoon neergelegd had zuchtte ze. Waarom kon ze nu niet blij zijn dat Peter de baan gekregen had. Hij had al zo lang gesolliciteerd en elke keer was er een bedankbrief gekomen met de mededeling dat de keus niet op hem gevallen was. Peter was er mismoedig van geworden. Uiteindelijk schreef hij uit balorigheid naar die vacature in het hoge Noorden. Mieke hoopte in haar hart dat hij die baan niet zou krijgen.
Ze pakte de strijkbout weer op en uitte haar opkomende verwarring op zijn overhemd toen de bekende stem van Anneke klonk vanuit de gang. “Joehoe, Mieke, “ een klop op de open deur, “Is er iets Mieke, je kijkt zo…. schrik je van me? Heb je die sneeuw gezien? Als je het mij vraagt komt er nog veel meer en kijk die lucht eens. Patrick zei dat er met die wind wel kans op duinvorming is, dat vind ik altijd zo mooi om te zien. Wat is er nu met je.”
Mieke draaide zich naar haar toe en keek in de meelevende ogen van haar gezellige buurvrouw die altijd optimistisch was. Wat zou ze haar missen.
Ze vertelde over de drukte op haar werk vanmorgen, de lange wachttijd bij het postkantoor, het leek wel of iedereen op het laatste moment nog decemberzegels moest halen. Wat ze verzweeg was het telefoongesprek van zo-even dat haar nog het meest bezighield en of Peter in die sneeuw wel veilig thuis zou komen. Hij moest nog zeker 3 uur rijden en buiten werd het steeds grimmiger.
“Je komt toch wel op de Passageavond,” vroeg Anneke. “We kunnen je in ons zanggroepje niet missen hoor! Ik wilde je vragen of we dat moeilijke loopje van dat wiegelied nog even konden oefenen bij de piano maar ik zie dat je daar nu geen tijd voor hebt. Kan ik je ergens mee helpen? Dat loopje komen we vanavond wel uit met het inzingen. Enne, als je wilt praten, ik heb de tijd.”
Ze had het beleefd en ook een beetje beschaamd afgewimpeld omdat ze er nu nog niet over kon praten, eerst moest ze zelf aan het idee wennen. Het was nog zo vers. Ze moest dit eerst verwerken, nadenken wat het voor hen ging betekenen.

Fluitend stapte Peter in de auto. Zijn hart had een luchtsprong gemaakt op het moment dat hij hoorde dat ze voor hem gekozen hadden. Hij had een baan! Er viel een last van zijn schouders. Wat was de wereld mooi hier. De sneeuw gaf het nog een extra feestelijk tintje. Hij ging nog niet meteen naar huis. Hij wilde hier in deze prachtige omgeving nog wat rondrijden in dit winters landschap. In sommige dorpen waren de bomen buiten met lampjes versierd. Niet alleen kerstbomen maar ook andere bomen. Wat een bijzondere plaatsnamen kwam hij tegen. Appingedam, Garrelsweer, Loppersum, typisch Gronings.
Jammer dat Mieke juist vanmorgen moest werken. Wat zou ze het hier mooi gevonden hebben. Hij kwam een boer tegen die naar hem knikte en hem nakeek. Hij zwaaide, hij had een geweldig humeur. In de verte zag hij een vrachtwagen aankomen. De wegen waren hier smal en de sneeuw hoopte zich op,  door de wind hadden zich hier en daar sneeuwduinen gevormd. Peter kon de passeerhaventjes niet goed onderscheiden. Hij moest maar proberen de auto aan de kant te zetten, de vrachtwagen was al dichtbij gekomen. Zo goed en zo kwaad als het ging zette hij de auto aan de kant. Hij voelde de luchtdruk van het zware voertuig dat langs hem schoof, zette de versnelling in de 1 en wilde wegrijden. Er kwam geen beweging in. De wielen draaiden maar de auto kwam niet van zijn plaats. Hoe hij ook probeerde, hij zat vast.
Hij keek of hij een plank of iets dergelijks zag die hij voor zijn wiel kon schuiven maar nergens was iets te bekennen. Wacht eens, als hij het met zijn rubberen automat probeerde. Hij keek nog eens om zich heen en zag toen de boer die nog zo vriendelijk naar hem geknikt had. Die gebaarde naar hem en liep toen zijn erf op.
Even later kwam hij er in een tractor aanrijden. Hij had een touw bij zich, gooide het naar Peter en riep “vang! Hoal hom moar deur t oog, den zet ik hom der veur.”

Mieke had al meerdere keren naar buiten gekeken om te zien of Peter al kwam. Er hadden zich overal sneeuwheuveltjes gevormd. Hij had toch al lang thuis kunnen zijn. Ze keek op haar horloge, dan weer door het raam. Het eten begon al aardig te verpieteren. Ze slaakte een zucht van opluchting toen ze het bekende geluid van de volkswagen hoorde. Peter kwam met een stralend gezicht binnen. Klopte de sneeuw van zijn jas, stampte de sneeuw van zijn voeten,  “Mieke, is het geen prachtige dag, wat ruikt het hier lekker, ik heb reuze trek”. Hij pakte haar bij de schouders, keek haar aan: “Ben je niet blij Mieke dat ze me die kans geboden hebben op mijn leeftijd? Ik heb daar nog even rondgereden en gekeken wat er zoal te koop staat. De huizen zijn daar veel goedkoper als hier. We zouden daar een eigen huis kunnen kopen. Ik zag prachtige vrijstaande huizen met overal groentetuinen, dat wilde je toch altijd zo graag? Mieke, wat is er nou, moet je daar nu om huilen?”
Ze voelde Peter’s armen en kon zich niet meer goed houden.
Met horten en stoten vertelde ze hem hoe ze in zorg had gezeten of hij veilig thuis zou komen, hoe moeilijk ze afscheid kon nemen van haar leven hier.
Wat ze allemaal op zou moeten geven, haar parttime baantje, haar vriendinnen, het koor, de mensen van de kerk, de leeskring, de Passage, haar vrijwilligerswerk, de buren en het allerergste, hoe ver ze straks van hun dochter af zouden wonen die over een maand een baby kreeg en haar zo nodig zou hebben, juist nu. Met grote uithalen kwam het eruit waar ze zich zo druk om gemaakt had vanmiddag.

Stil zat ze ‘s avonds naast Anneke. Ze hadden gezongen, naar mooie muziek geluisterd en nu luisterde ze naar de meditatie.
Ze zag voor zich hoe Maria met Jozef door Bethlehem liep en bedacht hoe zij zich zouden hebben gevoeld. Maria hoogzwanger, Jozef die zich verantwoordelijk voelde, zoekend naar een onderkomen, overal nul op het rekest, - Peter had ook overal nul op het rekest gekregen -, overal mensen die riepen dat het vol was, ze voelde bijna de weeën van Maria, de moeheid van de lange reis, alles vreemd, geen bekenden die een helpende hand konden bieden, toch was Maria dapper met haar man meegegaan, zij had ook geen keus, zij schikte zich in de omstandigheden, zij had ook alles moeten verlaten en nog wel in hoogzwangere toestand.
Hoe kwam ze nu zomaar aan deze gedachten, de intense rust die over haar kwam, ze voelde alle zorg en moeite uit zich wegebben.
Als Maria haar weg zo moedig kon gaan, dan zou zij het toch ook kunnen? Arme Peter, ze had alleen maar aan zichzelf gedacht en was niet eens blij voor hem geweest.

Peter was nog even met een door Mieke gecreëerd kerststukje naar zijn vader gegaan. Die was vast heel benieuwd hoe het vanmiddag afgelopen was. Hij had hem met lichtende ogen aangetroffen. Wat was hij blij voor Peter geweest. Natuurlijk zou hij het wekelijks bezoekje wel missen maar hij wist hoe belangrijk het voor Peter was om weer een baan te hebben, hoe nutteloos hij zich had gevoeld.
Peter had hem ook verteld dat Mieke er zo’n moeite mee had. Dat kon zijn vader heel goed begrijpen. Mieke had zich hier zo thuis gevoeld in deze gemeenschap, ze had zich voor zoveel vrijwilligerswerk ingezet en werd door iedereen zo gewaardeerd, het zou voor Mieke nog het moeilijkste zijn.
Wat had dit bezoek aan zijn vader hem goed gedaan.

Mieke liep met haar buurvrouw door de sneeuw naar huis, napratend over de mooie avond. Thuisgekomen wenste ze Anneke welterusten, draaide de sleutel in het slot. Toen ze de kamer binnenkwam zag ze de onrust in Peters ogen.
Hij stond op, trok haar naar zich toe en fluisterde: “Lieverd, ik heb steeds aan mezelf gedacht, ik was zo blij dat ik die kans gekregen had, ik zag het helemaal voor me, wij samen in dat rustige Noorden, lekker fietsen langs het wad, een vrijstaand huis met een tuin, maar ik heb veel te weinig aan jou gedacht en wat jij hier hebt opgebouwd en allemaal los moet laten. Ik ging er helemaal aan voorbij, ik…”
Mieke voelde haar keel dik worden. Ze slikte een paar keer voor ze uitbracht: “Peter,  ik heb ook te veel aan mezelf gedacht. Je had al zo vaak gesolliciteerd en nu net die ene keer dat je zo ver weg moest en ik er eigenlijk op hoopte dat je die baan niet zou krijgen besefte ik na je telefoontje opeens wat het voor ons zou betekenen,” ze zocht haar zakdoek, snoot haar neus.
Toen keek ze Peter aan, “Maar ik heb ook nagedacht” en ze vertelde wat er door haar heen was gegaan tijdens de meditatie vanavond en hoe ze tot rust was gekomen bij die gedachten, dat haar hart zich had geopend en dat er een lichtstraal naar binnen was gekomen. Hoe ze opeens hele mooie gedachten had gekregen.
Als nieuw ingekomen leden in een andere kerk zouden ze nieuwe mensen ontmoeten, dat had ook weer iets moois; misschien kon ze zich daar ook wel nuttig maken; er zou vast ook een Passageafdeling zijn en een leeskring, misschien ook wel een koor waar ze in mee kon zingen en overal zijn vrijwilligers nodig en een moestuin is natuurlijk heerlijk, alleen Jantien, ze zou zoveel verder van Jantien zijn en van zijn vader. 
“Maar Mieke, dát hoeft toch geen probleem te zijn, we gaan de wereld niet uit, we kunnen toch regelmatig deze kant opgaan en we kunnen een logeerkamertje inrichten en een babybedje kopen.
Het zal voor de kleine toch heerlijk zijn in de tuin te kunnen spelen en volop van de frisse lucht te kunnen ademen. De lucht is daar zoveel schoner als hier.
En dat heb ik je nog niet eens verteld, de mensen zijn daar ook heel aardig, heel behulpzaam en ze hebben zo’n grappig dialect, ik zat vast in de sneeuw en een boer kwam me met zijn tractor lostrekken, ik snapte er niets van wat hij zei maar we hebben er zo om gelachen en hij had me zo lös zoals hij dat zei, echt, je zult het daar heerlijk vinden.”

De volgende morgen trof Anneke een opgewekte buurvrouw op de stoep.
“Anneke, ik wil je iets vertellen, Peter heeft een nieuwe baan en nu gaan we binnenkort verhuizen. Daarom was ik gisteren niet helemaal mezelf, je had het goed gezien. Ik had er zo’n moeite mee om alles hier los te laten maar na de meditatie gisteravond is er zo’n vrede in mijn hart gekomen. Toen ik aan Maria dacht hoe zij alles los moest laten om naar Bethlehem te gaan brak er iets in mij en kwam er ruimte.” Ze vertelde Anneke wat haar zo beziggehouden had en dat er nu nieuwe gedachten in haar waren gekomen, hele mooie gedachten waar vreugde doorheen liep en een toekomstperspectief.
Anneke zette haar kopje op tafel, keek haar vol bewondering aan, boog zich naar Mieke over en zei: “Mieke, ik zie aan je dat er iets bijzonders met je is gebeurd. Zoals ik je gistermiddag aantrof achter die strijkplank met die behuilde ogen, en zoals je hier nu tegenover me zit met een stralend gezicht en een zachte glans, iemand die zo ontvankelijk is zal in dat hoge Noorden zeker een plek vinden!”

Coby Poelman – Duisterwinkel

Uit: “Granaatjes met een gouden slot”



In nije kâns yn ‘It hege Noarden’

It wie in wike foar de krystdagen. De snie foel yn dikke flokken en it like wol oft de wyn der mei boarte. Der lei noch mar in tin laachje, mar Mieke makke har ûngerêst. Peter hie in sollisitaasjegesprek yn it hege Noarden en soe fan ‘e middei de útslach noch krije. Mieke seach nei bûten. Der wie noch mear snie foarsein. Om har tinzen ta rêst te bringen wie se no oan it striken. Wat as Peter dit wurk no ris krije soe… Har tinzen waarden wreed fersteurd; de tillefoan gie. Gau luts se de stekker út it stopkontakt en sette it strykizer del.

It wie Peter........... Nei it tillefoantsje moast se ris djip sykhelje.
Wêrom wie se no net bliid dat Peter it wurk krigen hie… Al sa faak hie ‘d er earne op skreaun en hieltyd kaam der mar wer in betankbrief mei ‘dat de keuze op immen oars fallen wie’. Peter waard der mankelyk fan. Yn in balstjurrige bui skreau hy op in baan yn ‘it hege Noarden’. Mieke hie stikem hope dat hy dizze baan net krije soe...  Se pakte it strykizer wer op en struts fûleindich op it bûsgroentsje fan Peter om.

Ynienen hearde se de stim fan buorfrou Anneke yn ‘e gong. “Joehoe, Mieke,” en in klopke op ‘e iepen doar. “Wat is der, Mieke, do sjochst sa… bist fan my skrokken? Hast de snie al sjoen? Ast it my fregest tink ik dat der noch folle mear komt en sjoch ris nei dy loft! Patrick sei dat no ’t it sa hurd waait der wolris sniedunen ûntstean kinne. Dat fyn ik altyd sa moai om te sjen! Mar wat is der mei dy?”
Mieke kearde har nei Anneke ta en seach de sympatike eagen fan har fleurige buorfrou. Wat soe se har misse. Mieke fertelde har oer de drokte op har wurk fannemoarn, de lange wachttiden by it postkantoar. It like wol oft eltsenien op it lêste momint noch desimbersegels helje moast. Wêr’t se net oer spruts wie it tillefoantsje fan sakrekt fan Peter. Dat hie har aardich yn de besnijing en oft Peter wol feilich thúskomme koe dêr siet se ek oer yn. Hy moast noch op syn minst 3 oeren ride en it begûn aardich te spoekjen bûten...
“Do komst jûn dochs wol op ‘e ‘Passage’, no?” frege Anneke. “We kinne dy net misse yn ús sjonggroepke, hear! Ik woe dy eins freegje oft we dat drege  wyske fan it widzelied noch efkes oefenje kinne by de piano, mar ik sjoch wol datsto dêr no gjin tiid foar hast. Kin ik dy earne mei helpe? Dat wyske komt jûn dan wol wer mei it ynsjongen. Enne…. ast deroer prate wolst…. ik ha wol tiid.”
Mieke hie it freonlik en in bytsje beskamme ôfwiisd. Se koe it der no noch net oer ha; moast earst sels oan it idee wenne. It wie noch sa farsk. Se moast dit earst ferwurkje en betinke wat dit foar harren betsjutte soe.

Peter stapte fluitsjend yn syn auto.  Syn hert hie in spronkje makke doe’t hy hearde dat se him keazen hiene. HY HIE WER WURK!!! Der foel in lêst fan syn skouders. En wat wie de wrâld hjir moai! De snie makke der noch wat ekstra feestliks fan. Noch mar net daliks nei hûs. Hy woe earst wat rûnride hjir yn dit moaie winterske lânskip. Yn sommige doarpkes wiene de beammen mei lampkes fersierd. Net allinnich de krystbeammen mar ek de gewoane. En wat in nuvere plaknammen kaam hy tsjin: Appingedam, Garrelsweer, Loppersum… typysk Grinzers.
Dat Mieke no krekt fan ‘e moarn wurkje moast. Se soe it hjir moai fûn ha.
Hy kaam in boer foarby dy’t him neiseach. Peter die de hân omheech. Hy hie in bêst sin. Yn ’e fierte kaam in frachtauto oanriden. De diken wiene hjir smel en de snie foarme al dúntsjes. De plakken dêr’t jo elkoar foarby koene wiene net goed te sjen. Hy moast de auto mar efkes op dy boer syn daam  oan ’e kant sette. De frachtauto wie al tichteby. Hy fielde de luchtdruk fan de foarby ridende frachtwein. Mei de fersnelling yn de 1 mar wer oplûke… de tsjillen draaiden wol, mar foarút: ho mar... Hy siet fêst!
Troch de snie seach hy ek neat lizzen wat him helpe koe fan ’t plak te kommen. Miskien dat syn rubberen automatte wat wie…? Doe seach er yn ‘t spegeltsje dat dy boer fan sakrekt wat meneuvels makke op syn hiem. In pear tellen letter kaam ‘er op syn trekker oanriden. Hy rôp: “Fang! Hoal hom moar deur ’t oog, den zet ik hom der veur.”

Mieke hie al gauris nei bûten sjoen oft Peter der al oan kaam. Oeral leine no sniedúntsjes. Hy hie dochs al lang thús wêze kind? Mar wer op it horloazje sjen en mar wer troch it rút. It iten fertutearze. Doe’t se it lûd fan de VW hearde, sykhelle se wer ferromme en kaam der lucht. Peter kaam optein de keamer yn en kloppe de snie fan syn jas en stampte syn skuon skjin. “Mieke, sa’n moaie dei! en wat rûkt it hjir lekker! Ik ha sin oan wat!” Hy pakte har by de earms en seach har oan: “Bist net bliid, Mieke, dat se my dy kans jûn ha… en dat op myn leeftyd! Ik ha noch wat rûnriden om te sjen wat der te keap stiet. Huzen binne dêr goedkeaper as hjir. Dêr kinne we wat foar ússels keapje. Oeral steane frijsteande huzen mei grientetúntsjes. Dat woesto doch sa graach? Mieke ..... , wat is der mei dy, moast dêr om gûle?”
Doe’t se Peters hannen fielde koe se har net mear goed hâlde. Mei hoarten en stjitten fertelde se oan him dat se sa oer him yn noed sitten hie. Dat se der tsjinoan seach om hjir wei. Wat se allegear opjaan moast: har lytse baantsje, har freondinnen, it koar, de tsjerkeminsken, de lêskring, de ‘Passage’,har frijwilligerswurk, de buorlju… en it slimste wie dat se aanst fier fan harren dochter Jantien ôf wenje soene en se krige oer in pear wiken in lytse poppe! Dan soe se dêr nedich wêze, krekt no! Se gûlde it derút; wêr ’t se har fannemiddei sa drok oer makke hie.

In bytsje stil siet se jûns neist Anneke. Se hiene songen, nei moaie muzyk harke en no wiene se oan it meditearjen.
Se fielde har as Maria mei Joazef, doe’t dy troch Bethlehem kamen. Maria, yn ferwachting, Joazef dy’t him ferantwurdlik fielde, op syk nei in plakje foar de nacht. Oeral waarden se wer fuort stjoerd. Oeral wie it al sa fol en no wie it krekt of fielde se de weeën fan Maria, de wurgens fan de lange reis, alles frjemd, gjin bekenden dy’t jo helpe koene. Maria hie dapper har man folge, se hie gjin kar, skikte har neffens de omstannichheden. Sy moast ék alles ferlitte en se rûn noch wol op alle dagen! Al dy prakkesaasjes... Mar ynienen kaam der in rêst oer Mieke; se fielde de soargen fan har ôf glydzjen. As Maria it koe, dan sy dochs ek? Earme Peter, se hie allinnich mar oan harsels tocht en wie net iens bliid foar him west.

Peter brocht in troch Mieke makke kryststikje nei syn heit. Dy wie fêst ek benijd oer hoe ‘t it ôfrûn wie mei syn sollisitaasje... De man syn eagen stiene blier. Wat wie hy bliid foar Peter. Fansels... de wyklikse besite fan Peter soe er dertroch wol misse moatte, mar hy wist wol dat it tige wichtich foar Peter wie om wer wurk te hawwen, hoe nutteleas as Peter him field hie.
Peter hie sein dat Mieke it wol swier fûn. No, dat koe syn heit him wol yntinke. Se hie har hjir sa thúsfield yn dizze mienskip. Se hie har bot foar it frijwilligerswurk ynset, waard wurdearre. It soe foar Mieke wol it dreechste wurde. Wat hie dizze besite oan syn heit Peter goed dien...

Mieke rûn mei har buorfrou troch de snie nei hûs, neipratend oer de moaie jûn. By de foardoar winske se Anneke in goede nacht en draaide de kaai yn ‘t slot. Doe’t se de keamer ynkaam seach se ûnrêst yn Peter syn eagen. Hy gong stean en luts har nei him ta en flústere:”Leave, ik ha hieltyd oan mysels tocht. Ik wie sa bliid dat ik dizze kâns krige. Ik seach it hielendal foar my: Wy, tegearre yn dat rêstige ‘Noarden’. Lekker fytse nei it waad... in frijsteand hûs mei in tún..., mar ik ha te min om dy tocht en watsto hjir opboud hast en no wer loslitte moatst. Ik gie dêr hielendal oan foarby, ik...”
Mieke fielde in brok yn ‘e kiel. Se slokte in pear kear foar ‘t se sizze koe: ”Peter, ik ha ek tefolle oan mysels tocht. Do hiest al sa faak sollisitearre en no krekt dizze iene kear datsto sa fier fuort moast en ik der eins op hope datsto dat wurk net krije soest, betocht ik nei dyn tillefoantsje wat dit betsjutte soe foar ús”. Se socht har bûsdoek en snute har noas.
Se seach Peter oan. ”Mar ik ha ek neitocht”, en se fertelde wat der troch har hinnegien wie ûnder it meditearjen dy jûn en hoe ‘t se rêstiger waard en har hert iepengie foar it positive fan alles, want as nij ynkommenen fan in oare gemeente soene se wer nije kunde opdwaan. Dat hie wol wer wat moais. Miskien koe se har dêr ek fertsjinstlik meitsje. Dêr wie fêst ek wol in Passage-ôfdieling en in lêskring. Miskien ek wol in koar wêr’t se by sjonge koe. En oeral wiene dochs frijwilligers nedich? En in grientetún wie fansels prachtich! Allinnich Jantien wie dan wol fierder fuort en skoanheit.
“Mar Mieke, dát hoecht dochs gjin beswier te wêzen? We ferdwine net fan dizze ierdbol. We kinne geregeld dizze kant útgean en we meitsje in út-fan-huzerskeamerke en keapje in babyledikantsje. It sil foar de lytse poppe dochs hearlik wêze om yn ‘e tún te boartsjen yn ‘e frisse lucht. Dy is dêr folle skjinner as hjirre.
En ik ha dy noch net iens ferteld dat de minsken dêr hiel aardich binne en behelpsum en se ha sa’n grappich dialekt! Ik kaam fêst te sitten yn ‘e snie en doe kaam samar in boer mei syn trekker om my los te lûken. Ik snapte neat fan wat er sei, mar we ha sa lake. Hy hie my samar ‘lös’, sa as hy dat sei...! Do silst it der wol nei it sin ha, wier!”

De oare deis stie der by Anneke in fleurige buorfrou yn ‘e keamer. “Anneke, ik moat dy wat fertelle: Peter hat in nije baan en no moatte we ynkoarten ferhúzje. Dêrom wie ik juster sa fan ‘t sintrum. Dat hiesto goed sjoen. Ik hie der sa ‘n muoite mei alles hjir los te litten, mar nei dy meditaasje fan justerjûn, doe’t ik betocht dat Maria eartiids ek alles achterlitte moast om nei Bethlehem te gean, kaam der mear romte yn my. Sy koe it ek...
Se fertelde Anneke fan har swierrichheden en  dat se no ferromming hie  en der wer moaie foarútsichten wiene.
Anneke sette har kopke del en seach har ferheard oan en sei:”Mieke, ik sjóch dat der wat bysûnders mei dy bard is. Wat in ferskil mei juster, doesto mei reade eagen achter de strykplanke stiest. De blierens strielet fan dy ôf. Do fynst dyn plakje wol dêr yn dat hege Noarden!


Nije kaans ien t hoge Noorden


t Was n week veur kerst. t snijde dikke vlokken. t Leek wel of wiend der met aan hoal ging. Der lag nog mor n dun loagje mor Mieke moakte zich zörgen. Peter was op sollicitoatiegesprek ien t hoge Noorden en zol vanmirrag nog uutslag kriegen. Mieke keek noar boeten. Der was nog meer snij veurspeld. Ze was mor aan t strieken goan om wat tot rust te kommen. Stel je veur dat Peter dit waark nou es wel kriegen zol. Ze schrok van t geluud van telefoon, trok stekker uut stopcontact, zette t striekiezer op zied en nam op.

Toen ze oplegd haar zuchtte ze. Woarom kon ze nou nait gewoon bliede weden dat Peter de boan kregen haar. Hai haar al zo laang solliciteerd en elke keer was er n braif kommen dat de keus nait op hom vallen was. Peter was er mismoudeg van worden. Op n duur schreef er uut baloreghaid noar n advertentie ien t hoge Noorden. Mieke hoopte ienwendeg dat er dit waark nait kriegen zol.
Ze pakte t striekiezer weer op en leefde heur gevuil uut op zien overhemd toen de stem van buurvrouw deur gaang hen raip “Joehoe, Mieke, “n klop op de open deur, “Is er wat Mieke, doe kiekst zo…. schrikst van mie? Hest aal dat snij zain? Ast mie vroagst komt er nog veul meer en kiek es noar lucht. Patrick zee dat er met dizze wiend wel es snijdunen kommen kennen, dat vien k altied zo mooi om te zain. Wat is er nou met die.”
Mieke keek ien de laive ogen van heur gezellige buurvrouw dai altied optimistisch was. Wat zol ze heur missen.
Ze vertelde over de drokte op heur waark vanmörn, de lange wachttied bie t postkantoor, t leek wel of elkenain op t leste ogenblik nog decemberzegels hoalen mos. Wat ze verzweeg was t telefoongesprek van zonet dat heur nog t maist bezig huil en of Peter ien dit weer wel heulhuuds thuuskommen zol. Hai mos nog zeker 3 uur rieden en boeten wer t aal grimmeger.
“Komst toch wel op Passage,” vroug Anneke. “Wie kennen die nait missen ien ons zanggroepke hor! k Wol die vroagen of wie dat moeileke loopke van t waigelaid nog even deurzingen konnen bie piano mor k zai wel dast doar nou gain tied veur hest. As k aargens met helpen ken den zegst mor. Dat loopke kommen wie vanoavond wel uut met t ienzingen. Enne, as t proaten wilst, ik heb t wel even aan tied.”
Ze haart n beetje beschoamd ofwimpeld omdat ze der nou nog nait over proaten kon, eerst mos ze zulf aan t idee wennen. t Was nog zo vers. Ze mos dit eerst verwaarken, noadenken wat t veur gevolgen haar.

Fluitend sprong Peter ien auto. Wat was er blied west dou der heurde dat ze veur hom kozen haren. Hai haar waark! Der viel n last van zien schollers. Wat was de wereld hier mooi. De snij moakte t nog mooier. Hai ging nog nait vot noar huus. Hai wol hier nog wat rondrieden in dit mooie winterse landschap. Ien summege dörpen waren de bomen boeten met lampkes versierd. Nait allenneg kerstbomen mor ook andere bomen. Wat n biezundere ploatsnoamen kwam er tegen. Appingedam, Garrelsweer, Loppersum, typisch Grunnens.
Schanne dat Mieke juust vanmörn waarken mos. Wat zol ze t hier mooi vonnen hemmen. Hai kwam n boer tegen dai noar hom knikte en hom noakeek. Hai zwaaide noar de boer, hai haar n geweldig humeur. Ien de verte zag er n vrachtwoagen aankommen. De wegen waren hier smal en de snij begon ien bultjes te liggen,  deur de wiend waren t snijdunen worden. Peter kon de passeerhoavens nait goud meer onderschaaiden. Hai mos mor proberen auto aan kaant te zetten, de vrachtwoagen was al dichtbie kommen. Zo goud en kwoad as t ging zette hai auto aan kaant. Hij vuilde de luchtdruk langs hom schoeven, zette de versnelling ien de 1 en wol weer votrieden. Der kwam gain bewegen ien. De wielen draaiden mor auto kwam nait van zien plak. Wat er ook dee, hai zat vast.
Hai keek of er n plaank of zukswat zag dai er veur zien baand schoeven kon mor naargens was wat te bekennen. Wacht es, as er zien rubber mat der nou es veur legde. Hai keek nog es om zich tou, dou zag er de boer die nog zo vrundlek noar hom knikt haar. Dai geboarde noar hom en laip zien aarf op.
Even loater kwam er der ien n trekker aanrieden. Hai haar n touw bie zich, goeide t Peter tou en raip “vang! Hoal hom mor deur t oog, den zet ik hom der veur.”

Mieke haar al voak es noar boeten keken of Peter al kwam. Overal lagen al bulten snij. Hai haar allaang thuus weden kennen. Ze keek op heur horloge, den weer deur t roam. t Eten begon al oareg te verpieteren. Wat was ze oplucht dou ze t bekende geluud van auto heurde. Peter kwam met n glunder gezicht ien huus. Klopte snij van zien jas oaf, stampte met zien vouten,  “Mieke, is t nait geweldeg, wat roekt t hier lekker, ik heb honger as n peerd”. Hai pakte heur bie de schollers, keek heur aan: “Bist nait bliede laaiverd dat ze mie dai kaans geven hemmen op mien leeftied? k Heb doar nog even rondreden en keken wat er aalmoal te koop stait. Huzen bennen doar veul goedkoper as hier. Wie zollen doar wel n aigen huus kopen kennen. k Zag zukse mooie vrijstoande huzen met overal groentetoenen, dat wolstoe toch altied zo groag? Mieke, wat is er nou, most doar nou om janken?”
Ze vuilde Peter’s aarms en kon zich nait meer goud hollen.
Met horten en steuten vertelde ze hom hou ze ien zörg zeten haar of er heulhuuds thuus kommen zol, hou moeilijk ze ofschaid nemen kon van heur leven hier.
Wat ze allemoal opgeven mos, heur parttime boantje, heur vriendinnen, t koor, mensen van kerk, de leeskring, Passage, heur vrijwillegerswaark, de buren en t alleraargste, hou ver ze straks van heur dochter of wonen zollen dai over n moand n baby kreeg en heur zo neudeg hemmen zol, juust nou. Met grode uuthoalen kwam t eruut woar ze zich zo drok om moakt haar vanmirrag.

Stil zat ze ‘s oavonds noast Anneke. Ze haren zongen, noar mooie meziek luusterd en nou luusterde ze noar de meditoatie.
Ze zag veur zich hou Maria met Jozef deur Bethlehem laip en bedoacht hou zai zich vuild haar. Maria hoogzwanger, Jozef dai zich verantwoordelek vuilde, zuikend noar n plek om te sloapen, overal nul op t rekest, - Peter haar ook overal nul op t rekest kregen -, overal mensen dai raipen dat t vol was, ze vuilde host de weeën van Maria, heur vermuidhaid van de lange rais, alles vremd, gain bekenden dai n handje helpen konnen, toch was Maria dapper met heur man metgoan, zai haar ook gain keus, zai schikte zich ien de omstandegheden, zai mos ook alles achterloaten en nog wel ien hoogzwangere toustand.
Hou kwam ze nou zomoar aan dizze gedachten, de rust dai over heur kwam, ze vuilde alle zörg en muite uut zich vottrekken.
As Maria heur weg zo moudeg goan kon, den kon zai t toch ook?
Arme Peter, ze haar allenneg aan zichzulf doacht en was nait ains bliede veur hom west.

Peter was nog even met n kerstbakje noar zien pa goan. Mieke haar heur haile ziel en zoaleghaid derien legd. Zien pa was vast heul benaaid hou t vanmirrag oflopen was. Hai haar hom met glimogen aantroffen. Wat was er bliede veur Peter west. Natuurlijk zol er de aanloop missen mor hai wis hou belangriek t veur Peter was om weer waark te hemmen, hou nutteloos hai zich vuilde.
Peter haar hom ook verteld dat Mieke der zo’n muite met haar. Dat kon zien pa  heul goud begriepen. Mieke vuilde zich hier zo thuus, ze haar zich veur zoveul vrijwillegerswaark ienzet en wer zo woardeerd, t zol veur Mieke nog t moeilijkst weden.
Wat haar dit bezuik aan zien pa hom goud doan.

Mieke laip met heur buurvrouw deur de snij noar huus, noaproatend over de mooie oavond. Ze zee Anneke weltrusten en draaide sleutel ien t slöt. Dou ze ien koamer kwam zag ze onrust ien Peters ogen.
Hai ging stoan, trok heur noar zich tou en fluusterde: “Laiverd, k heb aal aan miezulf doacht, k was zo bliede dat ik dai kans kregen haar, k zag t heulemoal veur mie, wie soamen ien dat rustege Noorden, lekker fietsen langs t wad, n vrijstoand huus met n toen, mor k heb veel te min aan die doacht en wastoe hier opbouwd hest en allemoal lösloaten most. Ik….”
Mieke vuilde heur keel dik worden. Ze slikte n poar keer veur ze uutbroacht: “Peter,  ik heb ook te veul aan miezulf doacht. Doe hast al zo voak solliciteerd en nou net dai keer dast zo ver vot most en ik er aigenlek op hoopte dast dit waark nait kriegen zolst haar ik noa dien telefoontje ienains deur wat dit veur ons ienhuil,” ze zocht heur zakdouk, snoot heur neus.
Toen keek ze Peter aan, “Mor ik heb ook noadoacht” en ze vertelde wat er deur heur hengoan was onder de meditoatie vanoavond en hou ze tot rust kommen was bie dizze gedachten, dat heur haart open goan was ien t licht zet wer. Hou ze ienains heule mooie gedachten kregen haar.
As nije leden ien n andere kerk zollen ze nije mensen tegenkommen, dat haar ook weer wat moois; misschain kon ze zich doar ook wel nutteg moaken; doar zol vast ook wel n Passage-oafdeling weden en n leeskring, misschain ook wel n koor woar ze ien metzingen kon en overal bennen vrijwillegers neudeg en n groentetoen is natuurlek heerlek, allain Jantien, ze zol zoveul verder van Jantien weden en van zien pa. 
“Mor Mieke, dát huft toch gain probleem weden, wie goan de wereld nait uut, wie kennen toch regelmoateg dizzze kaant opgoan en wie kennen wel n logeerkoamertje ienrichten en n ledikantje kopen. t Zal veur t lutje ding toch heerlijk weden ien toen te speulen ien lekkere frisse lucht. De lucht is doar veul schoner as hier.
En dat heb ik die ook nog nait verteld, mensen benne doar hail oareg, hail behulpzoam en ze hemmen n alleroaregst dialect, ik zat vast ien snij en n boer kwam mie met zien trekker löstrekken, ik snapte der niks van wat er zee mor we hebben er zo om lacht en hai haar mie zo lös zoas hai dat zee, echt, zalst die doar hailemoal op dien plak vuilen.”

Volgende mörn trof Anneke n opgewekte buurvrouw op stoep.
“Anneke, k wil die wat vertellen, Peter het waark kregen en nou goan wie over n poar moand verhuzen. Doarom was ik guster nait heulemoal miezulf, haarst t goud zain. k haar der zo’n muite met om alles hier lös te loaten mor noa de meditoatie gusteroavond is er zo’n vrede ien mie kommen. Toen k aan Maria doacht hou zai alles lösloaten mos om noar Bethlehem te goan brak er wat ien mie en kwam er roemte.” Ze vertelde Anneke wat heur zo ien beslag hollen haar en dat er nou nije gedachten ien heur opkommen waren, mooie gedachten woar vreugde doorhen laip en toukomstperspectief.
Anneke zette heur kopke op toavel, keek heur vol bewondering aan, boog zich noar Mieke tou en zee: “Mieke, ik zai aan die dat er wat biezunders gebeurd is. Zoas ik die gustermirrag aantrof achter striekplaank met die jankogen, en zoast hier nou tegenover mie zitst met n glimmend gezicht en n zaachte glans, ain dai zo ontvankelek is zal ien dat hoge Noorden zeker een plak vienden!”

Coby Poelman - Duisterwinkel
 


1 opmerking:

  1. THANKS TO GREAT DR Sunny FOR SOLVING MY PROBLEMS IT EMAIL IS (drsunnydsolution1@gmail.com
    Myn namme is Miss Jones, ik wie troud mei myn man foar 5 jier, wy wiene fral tegearre tegearre foar dizze jierren en net oant hy nei Austraal reizge foar in saaklike reis wêr't er dit famke kaam en sûnt hy heet my en de bern en leafde har allinich. Doe't myn man werom kaam fan 'e reis, sei er dat er my en myn bern net wer sjen sille, dat hy ús út' e hûs stjoerde en hy nei no nei Australia te gean om dizze oare frou te sjen. Dat ik en myn bern wienen sa frustrearre en ik wie gewoan bliid mei myn mem en ik wie net goed behannele omdat myn mem mei in oar man troud wie nei myn heit dea dat de man dy't se troude mei har net goed behannele en myn bern wiene sa ferrassend en ik socht nei in manier om myn man wer thús te krijen om't ik him safolle leafde en soarchje, en ien dei sa't ik op myn kompjûter stie, seach ik in tsjûge oer dizze spellstrider DR Sunny, tsjûgenissen Diel op 'e ynternet troch in dame en it beynfloed my sa folle ik ek tinke dat it in probearje te jaan. Oan 'e earste waard ik bang, mar as ik tink ik wat my en myn bern trochgeane, dat ik kontakt mei him en hy sei dat ik krekt 24 oeren rêstich bliuwt dat myn man my weromkomt en nei myn bêste ferrassing haw ik in oprop krigen fan myn man op 'e twadde dei freegje nei de bern en ik neamde DR Sunny en hy sei dat jo problemen myn bern oplosse. Dus dit wie hoe't ik myn famylje wer werom nei in lange stress fan brekke troch in kweade dame sa mei al dy help fan DR Sunny, ik wol jo allegear op dit foarum meidwaan om te sizzen in geweldige tanker foar DR Sunny en ik sil ek advys foar ien dy't yn sokke of likense problemen of elke problemen moat ek kontakt mei him syn e-post is) (drsunnydsolution1@gmail.com) hy is de oplossing foar al jo problemen en predikanten yn it libben. Eartiids is syn e-mailadres (drsunnydsolution1@gmail.com)

    Hy is spesjalisearre yn 't it folgjende spultsje.

    (1) As jo ​​dyn âlde werom wolle.

    (2) as jo altyd suver dreamen hawwe.

    (3) As jo ​​yn jo kantoar promovearje wolle.

    (4) As jo ​​wolle dat froulju / manlju nei jo rinne.

    (5) As jo ​​in bern wolle.

    (6) As jo ​​ryk wêze wolle.

    (7) As jo ​​jo man / frou winne wolle om jo ivich te wêzen.

    (8) As jo ​​finansjele bydrage nedich hawwe.

    (9) Hoe't jo skammen binne en jo wolle jild ferlern gean.

    (10) as jo jo skieding stopje wolle.

    (11) as jo jo man skieden wolle.

    (12) as jo wolle jo winskje wolle.

    (13) Swierrichheidpost om bern en Herbs te begjinnen

    (14) Garânsje jo winst de trouwe rjochtsgerjochten en skieding lykas hokker poadium

    (15) Stop jo houlik of relaasje ôfbrekke.

    (16) as jo in sykte hawwe lykas (H I V), (Kanker) of alle sykte HERPES.

    (17) as jo gebeden hawwe foar ferlossing foar jo bern of sels.

    Soargje derfoar dat jo kontakt mei him hawwe as jo in probleem hawwe dat hy jo helpe sil. syn e-mailadres is (drsunnydsolution1@gmail.com) kontakt mei him fuortendaliks ... of rop of whatsapp him nûmer +2348077620669

    BeantwoordenVerwijderen